Terug naar de home page


Met onze Doos naar Zuid-Oost Azie. Iran, Mongolie, China, Laos, Cambodia, Thailand, Maleisie...........
We hebben dus "maar" 27 dagen voor Iran en eigenlijk is dat kort voor zo'n groot interessant land. Zou de inreisdatum van China niet vast staan, dan hadden we hier ook langer mogen blijven. Maar we weten nog niet of Iran ons gaat bevallen.

Rond 11 uur rijden we het grensterrein op. Aan de Armeense kant is alles sappig groen, de Iraanse kant is stoffig bruin. Het is niet alleen een landsgrens, maar ook een klimaat grens, dat is wel duidelijk. Zoals we al van andere Overlanders gehoord hadden is het verlaten van Armenie net zo'n gedoe als het binnen komen. De Doos wordt wel heel grondig onderzocht, dat terwijl we het land gaan verlaten! Alsof we wat uit dit land mee zouden willen smokkelen. Wel kregen we de tip om de lege wijnfles uit de prullenbak te halen en weg te gooien. "Geeft problemen aan de andere kant van de grens," zei de grenswacht, "geen alcohol daarginds, dus ook geen lege flessen!" We moeten weer allerlei loketjes langs voor onze stempels en het kost weer geld. Als we na een half uurtje wachten bij de bank 18 euro mogen storten, kunnen we vertrekken.

We rijden de grensbrug over de rivier op. Nog een laatste keer paspoort controle door de Armeniers. Aan de andere kant van de brug de eerste paspoortcontrole voor Iran.  Dan naar de volgende open slagboom. We willen er door rijden maar een luid geschreeuw maakt ons duidelijk dat we iets helemaal verkeerd doen. We moeten de auto weg zetten en ons Carnet de Passage laten zien. "Of we dat bij ons hebben? Ja? Geef maar hier. En met je paspoorten moet je naar die hal daarginds gaan." Dus lopen we de grote hal binnen. Hier worden onze Visa gecontroleerd en we krijgen een stempel. Terug naar de schreeuwers, kijken of we het Carnet nog terug kunnen vinden. Hans krijgt het weer terug en moet naar een ander gebouw om het daar af te laten stempelen. Maar niet voordat een collega van de man nog wat Porno aan Hans wil verkopen. Zijn telefoon zit er vol mee.


Een Carnet de Passage is een douane document wat je in Duitsland bij de ADAC kunt kopen. Kost een paar honderd Euro en je moet een waarborgsom van al gauw 10.000 euro storten. Als je een Carnetland binnen gaat, bijvoorbeeld Iran, Maleisie, Myanmar (Birma) soms Cambodja, enkele landen in Afrika en ook Australie, dan wordt dat Carnet afgestempeld. Bij het verlaten van het land moet dat weer gebeuren. Laat je het niet uitstempelen bij vertrek ben je je waarborgsom kwijt want daarvan worden dan de invoerrechten betaald. Dus je kunt je auto niet verkopen en als je hem totall loss rijdt heb je ook een probleem. We moeten het dus niet kwijt raken en na afloop van een jaar weer bij de ADAC inleveren. Als alles goed afgestempeld is krijgen we de waarborg weer terug.

Terug naar het verhaal. Hans loopt de volgende hal in. Anja mag in de auto blijven zitten want de Iraniers vinden het helemaal niet nodig om er een vrouw bij te hebben. Als het zakelijk is, dan moeten de vrouwen weg blijven. "Hoe lang blijft u in Iran?" "Bijna een maand," antwoordt Hans. "Dan moet u in Tabriz naar de politie gaan om een Iraans nummerbord te vragen." Hans had er al over gelezen op internet, maar dacht dat dat alleen voor Engelsen zou gelden. Een half uur later is het carnet afgestempeld, ziet er keurig uit. De man heeft zijn best gedaan! Hans krijgt een enveloppe mee met een brief voor de politie. "Ben benieuwd hoe dat gaat aflopen," mijmert hij als hij naar de achterkant van het gebouw loopt. Daar moet hij zijn om de verzekering van de Doos af te sluiten. "Zo gepiept mijnheer, gaat u maar zitten." Hans geeft het kentekenbewijs en zijn paspoort af. De man gaat aan de gang, maar dan komen er natuurlijk toch weer problemen. De computer kent onze Iveco 50C niet. Dat is een vrachtauto, maar Hans zegt dat het een camper is. "Ja, maar u vervoert er toch vracht mee?" En zo gaat het nog even verder totdat tot overmaat van ramp ook nog de internetverbinding uit valt. Uiteindelijk belt hij naar Teheran, gelukkig doet de telefoon het nog wel. Een uur later komt Hans weer bij de Doos terug. Gezellige drukte daar. Een motorrijder uit Ierland en twee motoren met een Nederlands stel vertrokken uit Australie.  Nog even bijkletsen en dan rijden we aan.
Alle groen is verdwenen, de woestijn kleuren komen er voor is de plaats. Hoewel, de muurschilderingen mogen er ook zijn. Ongeveer 40 kilometer van de grens is een kleine waterval, Asiab, maar dat is een grote attractie voor de Iraniers want die hebben niet zo veel watervallen. We kunnen daar mooi overnachten, het is er nu rustig en we kunnen wennen aan het nieuwe land.
We klauteren de berg af naar de waterval, er zijn nogal wat Iraniers die er bij staan en selfies maken. Klein miniatuur watervalletje van een meter of tien hoog. Niks bijzonders maar toch wel weer leuk.

We wisselen onze eerste Dollars, nemen een blikje cola bij het terrasje. Daarna terug naar de Doos. Zitten we net binnen komt er een dikke Frans 4x4 truck aan rijden. Helemaal vol geschilderd. "Die hebben kinderen bij zich." "Ja, Fransen hebben altijd kinderen bij zich. Die zullen wel minder problemen hebben met de scholen dan kinderen in Nederland." Hij komt kennis maken en een uurtje later staan we samen wat verder van de waterval af. Zij zijn nu bijna drie jaar onderweg en op pad terug naar Frankrijk.
We kletsen nog even verder, waar ze allemaal geweest zijn en waar wij nog naar toe willen gaan. Ondertussen staan Anja en hij de overkant van de vallei te fotograferen. Azerbeidzjan, daar ligt nog sneeuw op de bergen. We wensen onze buren welterusten en gaan hier onze eerste nacht in Iran genieten van de rust.

Na een heerlijke rustige nacht zijn we rond 10 uur weer fris op. We drinken onze koffie en vullen de watertank uit het kraantje bij het toiletgebouw. Reisdoel voor vandaag is Tabriz zodat we morgen op pad kunnen voor onze nummerborden. We komen langs een leuk plaatsje, Jolfa. We gaan even shoppen en na een paar winkels heeft Anja een leuke lange bloes. Nu is ze tenminste fatsoenlijk gekleed volgens de laatste moderne normen. Bijkleurende sjaal en ze valt niet meer op.

We komen aan in Tabriz en gaan op zoek naar een park waar we zouden kunnen overnachten, het El Goli park. We hebben de coordinaten van andere Nederlanders gekregen. Samen met onze Garmin en de Ipad komen we uit bij een viaduct van slechts drie meter hoogte, en dat past dus niet. Een half uur later komen we in het park aan. Het is er druk, en we kunnen nu zelf zien dat Anja's outfit helemaal bij de tijd is. Hans is moe van het rijden, dus we gaan niet te laat naar bed. Ook omdat we morgen om een uur of acht er uit moeten want we moeten op tijd op het politiebureau zijn.

10 mei 2016.

06.00 uur. "Gasllaaaaaaaaaaaa Hadaaaaaa Allahhhhhhhh," galmt get over het parkeer terrein. Hans schrikt wakker. "Is er brand of zo? Moeten we evacueren?" Hij draait zich om, maar de herrie gaat door. "Gasllaaaaaaaaaaaa Hadaaaaaa Allahhhhhhhh," klinkt het weer. "Verdomme, die lui krijgen een opleiding tot Imam. Daar zijn ze jaren mee bezig. In die periode zouden ze ook zangles kunnen nemen. Dit is werkelijk niet om aan te horen. Hij probeert twee octaven te zingen, maar hij kan er nog niet een aan. Op zo'n manier krijgt hij z'n Moskee nooit vol." moppert Hans. Hij trekt het hoofdkussen over zijn hoofd. "Moet je niet voor de deur van een Moskee parkeren...................," denkt hij nog. De herrie verstomt en Hans valt weer in slaap. Totdat ""Gasllaaaaaaaaaaaa Hadaaaaaa Allahhhhhhhh," het weer begint. Om de ellende compleet te maken loopt de wekker ook nog af. "Goede morgen Anja, zal ik koffie zetten? We moeten naar het politibureau."

15.00 uur. We rijden op de mooie 6 baans weg naar Teheran. De Doos zoeft op z'n cruise control heerlijk de heuvels op en af. De lucht is blauw, de zon schijnt. Hans zou hier van moeten genieten, maar dat is niet zo. Hij kijkt stuurs voor zich uit. "Wat is er met jou aan de hand?" vraagt Anja. "Niks," is het antwoord. "Hoezo niks? Je zit te kijken alsof je een baaldag hebt. Wat is er met je aan de hand?" Hans reageert niet maar stuurt naar links om een vrachtwagen in te halen. "Kom op joh!" "Ja, ik vindt het eigenlijk zonde en daar baal ik van. Da's alles." "Ohh, nou snap ik het. Wat is zonde en waar baal je dan van? Maak me eens wat wijzer joh!" "Nou, ik baal er van dat we niet met Ali mee zijn gegaan. Zijn dochter zou het hartstikke leuk vinden om met ons te praten. Hoe het in Nederland is en hoe het met hen hier gaat. Ze had zeker een heerlijk diner voor ons klaar gemaakt. Ali stond er op dat we zouden komen. Hij belde haar nog op zodat zij in het Engels kon vragen of we zouden komen. En dan ik met mijn domme Nederlandse ideeen. Zo van die mensen moeten werken, die hebben wel wat anders aan hun kop om de hele middag met ons opgescheept te zitten. Dus ik lieg en zeg tegen haar dat we morgenvroeg in Teheran moeten zijn en dat we dus, heel jammer, geen tijd hebben. Nou, en daar baal ik nu van. Ik heb er de hele tijd over na zitten denken. Ik denk dat ze het echt leuk hadden gevonden als we gekomen waren. Snap je?"

Even een paar uur terug in de tijd. We zijn onderweg naar het politiebureau. We rijden een steile helling omhoog naar de plek welke ons was opgegeven. We komen uit bij een poort. "Ik denk niet dat we hier moeten zijn, Anja. Ik denk dat dit de achterkant is. We draaien om en de Doos zakt vervaarlijk diep weg in het mulle zand naast het asfalt van de weg. Even wat extra gas en we redden het. "Foute plek om hier met een schep aan de gang te moeten," denkt Hans. We rijden de helling weer naar beneden en komen bij een grote ingang. "Dit zou het moeten zijn," zegt Anja. Hans geeft de enveloppe die we bij de douane gekregen hebben aan een van de agenten. Die snapt er niets van. Zijn drie collega's die komen helpen ook niet. Ze wijzen helemaal de andere kant op. "Nou, laten we daar dan maar gaan kijken," oppert Hans. We rijden aan en komen een kilometer verder bij een groot gebouw. We rijden de poort in en direct horen we overal roepen. "We zullen wel verkeerd zijn?" Maar hulp komt er aan en uiteindelijk rijdt iemand voor en wij volgen. De man rijdt flink door en we hebben moeite om hem in de verkeers chaos bij te houden. En waar komen we uit? We zwaaien naar de drie agenten die ons verbaasd nakijken en rijden dezelfde weg weer naar boven tot aan het hek.
We mogen naar binnen rijden en komen op een groot parkeerterrein uit. Overal zie je mensen met papieren en nummerborden lopen. "Dit is het, zie je wel, een makkie!" ( Wie zou dat nu gezegd hebben?) "Daarginds bij die deur, ik denk dat we daar moeten wezen. Daar lopen veel mensen in en uit." stelt Anja voor.

Naast de deur staat een man te telefonenen, we lopen hem voorbij en gaan met de kudde naar binnen. Een grote zaal, in het midden misschien wel vijftig stoelen met wachtende mensen. En zeker een stuk of vijfentwintig loketjes met bijbehorende rij ervoor. De moed zakt in de schoenen. Alle bordjes in het Farsi, het Iraanse schrift waar wij dus helemaal niets van begrijpen. "Wat moeten we hier?" vraagt Hans.
"Hello!" zegt de man die buiten stond en hij duwt zijn telefoorn bij Hans in de hand. Hij wijst dat Hans er naar moet luisteren. Door alle herrie hoort Hans niets en geeft de telefoon terug. De man spreekt weer in zijn telefoon en geeft hem weer aan Hans. "Hello?" roept hij, "Hello." In de telefoon antwoordt een man in het Engels. Hij zegt dat de telefoon van zijn vader is.  Of ze misschien kunnen helpen? "Wat heb je nodig?" vraagt hij. Hans vertelt over de nummerplaten welke hier afgehaald moeten worden. "Okey, give me my father back please."

Zijn vader, Ali, loopt met ons en later zonder ons misschien wel 25 loketten af welke verspreid liggen in het hele gebouw. Een papiertje hier, een stempeltje daar, een copie van onze paspoorten, later copieen van de rijbewijzen enzovoort. Hij verontschuldigt zich een paar keer. "Zo gaat het hier nu eenmaal," begrijpt Hans uit zijn relaas. Eigenlijk schaamt Ali zich er voor.
Uiteindelijk zet hij ons op een paar stoelen bij een van de loketten. "Dan hoeven jullie niet telkens dat eind mee te lopen." Hans twijfelt wel als hij de man ziet vertrekken met onze paspoorten, ons Carnet en onze rijbewijzen. "Heb vertrouwen jongen!"

Terwijl we op de stoel zitten te wachten komt een agent met twee kopjes thee op een dienblaadje aan lopen. "Omdat het zo lang duurt." zegt hij. "Oh, you are from Nederland?" We knikken en weg is hij weer.
Twee en een half uur later komt Ali met alle papieren, onze paspoorten, rijbewijzen, Carnet en twee nummerborden aan lopen. Hij zorgt er zelfs voor dat ze nog op de bumper gemonteerd worden ook. We rijden de poort weer uit en danken hem vriendelijk. Hans wil graag betalen, maar hij zegt dat dat niet hoeft. Hans stopt geld in zijn jaszak en hij geeft het verontwaardigd weer terug. "You stay in my house, dinner." Hans wijst hem beleefd af. Pas als men hier voor de derde keer vraagt meent men het. De eerste twee keer wordt uit beleefdheid gevraagd.  's-Lands wijs, 's-Lands eer. Maar Ali houdt vol, en belt zijn dochter. Die spreekt vloeiend Engels en vraagt of we mee naar haar komen voor het diner. En ja hoor, ze houdt vol en blijft het voorstellen, misschien wel vier keer.

"En ja Anja, ik heb daar heel veel spijt van!" "Ja," antwoordt ze, "we kunnen wel omdraaien maar we vinden hem nooit meer terug. Dat moeten we de volgende keer beter doen!" Hans zet z'n richtingaanwijzer weer naar links en haalt de volgende vrachtwagen in. Nee, die heeft vandaag niet zijn dag. "Onvoorstelbaar hoe vriendelijk de Iraniers zijn, dit kun je niet verzinnen."

Vaak gaat de richtingaanwijzer nog naar links, onze Doos heeft er zin in. Maar Teheran halen we niet meer.

11  mei 2016.

We zijn nu zo'n 100 kilometer van Teheran. Dus nog een dik uur te gaan en dan kunnen we er zijn. "Wat gaan we doen Anja?" "Wat bedoel je?" "Precies wat ik zeg, wat gaan we doen, Anja? Wil je Teheran binnen rijden of met een grote bocht er omheen? Je weet wat we, ik bedoel ik, vind van steden met meer dan een paar miljoen inwoners. Drama voor de chauffeur die toch niets anders ziet dan het verkeer." "Wil je dan door heel Iran rijden en Teheran over slaan? Dat meen je toch niet?" "Nou, eigenlijk bedoel ik dat wel. Maar van de andere kant zou ik toch wel eens willen zien wat er in 40 jaar daar veranderd is. Ik vond het een hele leuke stad, in 1975. Zou dat nog zo zijn?" "Weet je wat?" stelt Anja voor. "We gaan het gewoon proberen, als het niets is rijden we weer verder."

Na een uur staan we in de file, en een uur later nog steeds maar we zijn wel een paar kilometer opgeschoten. Uiteindelijk komen we in het centrum en valt de regen met bakken uit de hemel. De verkeerschaos is onvoorstelbaar en in het donker zoeken we onze weg de stad uit. Aan alle kanten duwen de auto's zichzelf een pad door dit gekkenhuis en als klap op de vuurpeil komen honderden Brommertjes beladen met pa en ma en twee kinderen luid toeterend en zonder licht van alle kanten op ons af.
Links naast ons is aan de andere kant van de wegafscheiding een busbaan voor de tegenliggende bussen. Maakt niets uit, we worden door auto's en brommers ingehaald, over die busbaan. Totdat er inderdaad een bus aan komt. De bus stopt en de chauffeur wacht geduldig, hij is dit gewend. "Spitsuur in Teheran, nooit meer!" gromt Hans. Rond de klok van 10 rijden we buiten de stad een groot parkeerterrein op. Met een van de betere Hamburgers in de buik vallen we tevreden in een diepe slaap.
Na een heerlijke nachtrust worden we wakker van de eerste zonnestralen die door onze raampjes naar binnen schijnen. Kopje koffie en Hans loopt nog even langs de Hamburgertent om Dollars te wisselen. De baas is er niet en de jongens die er werken mogen het niet.
We rijden het parkeerterrein af, verder naar het zuiden. "Eerst nog even tanken," meldt Hans. "Dat is een genot hier, net geen 16 Eurocenten voor een liter. Maakt een mens vrolijk!"

We komen in Qom, de volgende stad die we aan doen op onze weg naar het zuiden. Dit is de stad waar de jonge Ayatolla's gekweekt worden. Alles is vroom en de vrouwen zijn echt allemaal gekleed in zwarte Chadors. De jongens die in de opleiding zitten lopen met Jasser Arafat sjaals om hun hoofd. Het centrum van de stad ligt het Fatima plein en dat is inderdaad erg mooi. We kunnen er langs rijden, maar parkeren ho maar! Een mooie parkeer garage onder het plein, maar dat is voor ons te laag.
We rijden de stad door en doen onze boodschappen. "Hoeveel moeten we afrekenen?" vragen we aan de winkelier. Hij geeft ons het bonnetje maar daar worden we natuurlijk ook niet wijzer van. Anja wijst naar zijn telmachine en vraagt of hij het bedrag daarop wil laten zien.
4,597 staat op zijn display. "Maar hoeveel Rial zou dat zijn? Of zouden het Tomans zijn. ( = 10 Rial) Wat denk jij Hans?" "Nou, dat zou zomaar een half miljoen kunnen zijn." Anja legt een  briefje van 50.000 Rial neer en we krijgen nog wat terug ook! Er worden nu nieuwe bankbiljetten gedrukt. Op een nieuw briefje van 500.000 staat dan 50. Dat maakt het makkelijk voor ons.

6 Flessen water van anderhalve liter. "Hoeveel kost het?" vraagt Anja. De man steekt 5 vingers op. Anja geeft een briefje van 5000 en de man kijkt haar vreemd aan. Moet dus 50.000 zijn. En dat is dan 1,20 Euro. We scharrelen nu ruim twee weken in Iran rond en we snappen het nog steeds niet helemaal. Elke dag een nieuwe verrassing. De groenten op het bonnetje, tomaten, komkommers, uien, wortelen kosten dus samen 1,15 Euro. Je hoeft hier dus niet naar de Jumbo om goedkoop uit te zijn!

We komen bij een park waar we blijven staan voor de nacht. Gezellig, veel stadsmensen die zitten te picknicken. Kleedje op de grond en de hele familie is er bij. Rond 12 uur wordt het rustig.
"Morgen rijden we naar Isfehan Anja, dat is een grandioos mooie stad. Dat herinner ik me nog wel. Ook met een groot plein, het een na grootste plein van de wereld zeggen de Iraniers. Geen flauw idee waar het grootste plein ter wereld is." "Ben benieuwd."
In het centrum van Isfehan is een betaalde parking, kun je voor een paar Euro per nacht staan. En er is een kraantje om de tanks te vullen. We gebruiken best veel water, elke dag douchen en veel drinken want het wordt steeds warmer. Dus kraantjes zijn belangrijk geworden.
Op dat parkeerterrein hebben we afgesproken met een Nederlands stel. We hebben ze nog nooit ontmoet maar kennen hen via de website en hebben contact via SMS. Ze rijden in een dikke 4X4 Mercedes en zijn samen met hun witte hond Akita onderweg naar Mongolie. Misschien dat we een stuk samen kunnen reizen.

Iran, het bevalt ons uitstekend. Een heel mooi land, ontzettend vriendelijke en behulpzame mensen. De tijd van de Pistes is voorbij. Overal mooie asfalt wegen, en dan ook nog zonder gaten!!

Dit verhaal zullen we ergens in Uzbekistan kunnen uploaden naar het net. Hier in Iran en het volgende land Turkmenistan gaat dat niet lukken, we worden hier door de overheid geblokkeerd. Maar in Uzbekistan is de internet traag, heel erg traag. Dus we gaan dit verhaal op splitsen in meerdere pagina's zodat we het makkelijker kunnen uploaden.
Dus, wil je verder met ons mee rijden door de steden en het mooie landschap? Wil je getuige zijn van onze missers? Druk dan op 'Volgende" hieronder.
IRAN Deel I

08 mei 2016.

Een spannende datum waar we al sinds vertrek rekening mee hebben gehouden. Het is de eerste dag van ons visum voor Iran.
2 juni moeten we er alweer uit. We zouden een paar dagen langer mogen blijven maar op 2 juni gaat ons visum voor het navolgende land in . Dat isTurkmenistan. Daar mogen we maar 5 dagen blijven omdat je als toerist alleen maar een transit visum kunt krijgen.