Met onze Doos naar Zuid-Amerika..
Je bent op pagina: Maart - April 2014. DEEL III.
Con Con naar Mendoza, Valle de La Luna, Paso Agua Negra naar Chili,
Paso San Francisco naar Argentinie, Paso de Jama naar Chili en San Pedro de Atacama.
22 maart 2014
De volgende morgen, niet helemaal uitgerust, zakken we verder de pas af. We zijn op weg naar de kust, de Pacific. We hopen dat het daar mooi weer zal zijn maar we hebben wel onze twijfels. Zoals je weet loopt langs de Westkust van Zuid Amerika de koude golfstroom naar het Noorden. De Humboldstroom. Ongetwijfed genoemd naar de man die dat ooit ontdekt heeft. Het was een ontdekkings reiziger die in de 15e eeuw met zijn schip vanaf Kaap de Goede Hoop naar het Noorden gedreven is. Dat was fris, ook in zijn tijd kwam de temperatuur van het water niet boven de 10 graden.
En ja hoor, onze twijfels komen uit. We rijden een leuk stadje binnen, La Serena. Een mooie boulevard met een oude vuurtoren. Ruimte genoeg om te parkeren. De lucht is grijs en alles ziet er somber uit. Het mooie strand is op een paar surfers na, uitgestorven. Nog niemand die zijn hond er op uit laat. Er staat veel te koop en te huur, net als op de andere boulevards waar we al geweest zijn. Er is een goede Pizzaria waar we heerlijk met bolle buikjes weer naar buiten lopen. We vinden een kraan in het plantsoen waar we de tanks weer vullen.
"Hans, blijven we hier? Volgens de wereldweerradar blijft het minimaal een week van dit weer. Hebben we daar zin in?" "Nou, als het aan mij ligt zit ik liever aan de andere kant van de Andes. Daar schijnt de zon en is het lekker weer. Toen we een paar dagen geleden die pas over reden, dat was toch geweldig!" "Ik heb het al uitgezocht. We kunnen de volgende pas weer naar Argentinie nemen. Paso de San Francisco. Die moet nog mooier zijn dan we al gehad hebben. We komen dan door een mooi park en dat is nog gratis ook." "Paso de San Francisco, dat klinkt mooi. Laten we morgen maar weer vertrekken. Als ik hier een week moet blijven word ik net zo somber als het weer." "Zullen we dan even met onze Zwitserse vrienden overleggen?"
De volgende dag rijden we weer aan, onze Zwitserse vrienden blijven nog een paar dagen daar. We komen in Villamar waar we een dagje blijven hangen, daarna door naar Copiapo. We parkeren langs de invalsweg, het was een lange dag. Een uurtje later kijkt Anja uit de deur naar buiten. "Hans, daar ginds staan onze vrienden weer! Zullen we er even naar toe lopen?" Ze blijken niet thuis te zijn. Anja hangt een briefje op de deur met de coordinaten weer we morgen gaan staan. Niet ver weg, aan de andere kant van de stad. Bij de uitvalsweg richting Paso de San Francisco. We blijven daar nog een dag of twee staan en dan gaan we weer op pad.
29 maart 2014.

We rijden Copiapo uit en na een uurtje zitten we weer op een Ripio. Deze rijdt alsof het een asfalt weg is. Die Chilenen zijn niet dom, dat is zeker. In de omgeving vindt je overal zoutpannen. Ze scheppen het zout uit de pan, mengen het met Ripiozand en verharden daar de paden mee.
In de nacht is het vochtig in de woestijn en dat zout trekt het vocht aan. In de ochtend is de Ripio nat. Het duurt bijna de hele dag voordat het weer droog is. Dus geen stofwolken achter de auto en de weg gaat veel langer mee. Jammer genoeg wordt dat alleen gedaan op de doorgaande Ripio's, dus we rijden weldra weer door het stof.
Al snel komen we het bord tegen waarop Paso San Francisco staat aangegeven, we zijn dus op de goede weg.
We zijn weer onderweg naar Argentinie, het weer is daar veel lekkerder en het leven een stuk goedloper. En een paar kilometer verder staat het bord waarop het Circuito Seismiles staat afgebeeld. Onze Zwitserse vrienden rijden achter ons aan.
Zij zijn bij de tourist information geweest. Dat doen ze in bijna elke stad. Zo dus ook in Copiapo. Daar werd uitgelegd dat ze de Noordelijke route naar de pas moeten rijden. De Zuidelijke route is alleen voor 4X4 auto's, veel los zand, dus dat willen zij niet rijden. Nu hebben die Zwitsers een dikke 4X4 Mercedes truck, eentje die overal door heen komt, maar dan moet de chauffeur natuurlijk wel durven!
Hans ergert zich mateloos aan al dat gezeur. "Het is telkens hetzelfde. Eerst komen we een 4X4 Toyota met dat zotte mens tegen die vertelt dat we niet kunnen rijden zoals we zouden willen. Nee, die pas is gesloten! Nu is er weer een tourist information die gaat bepalen waar wij wel en waar we niet mogen gaan rijden. En die Zwitserse angsthazen laten zich nog opjutten door zo'n Truus op zo'n kantoor. Dat mens is zelf nog nooit haar dorp uitgeweest, hoe kan zij dat nu weten?" "Joh, zit jezelf nu niet zo op te jutten," valt Anja in de reden. "Als zij dat nou niet durven te rijden, dan is dat toch hun probleem. Dat wil toch niet zeggen dat wij dat ook niet kunnen doen?" "Ja, dat klopt. Maar is het niet een beetje van samen uit, samen thuis?" "Ja natuurlijk," antwoordt Anja, "maar om jouw woorden te gebruiken, die angsthazen komen heus wel achter ons aan, maak je maar geen zorgen!"



De omgeving is mooi, de zon die schijn en al ras is Hans zijn ergernis over onze Zwitsere vrienden vergeten. "Hoe zat het ook alweer?" denkt hij bij zichzelf als hij de auto van het pad af rijdt. "Anja heeft me dat ooit uitgelegd. Het komt er op neer dat die ergernis bij mezelf zit, en dat ik dat dus ook zelf op moet lossen! En hoe ga ik dat dan doen? Juist, met een biertje in de zon!"
We parkeren de Doos en de Zwitsers parkeren een stukje verder. "Anja, als jij nou een biertje voor mij en een wijntje voor jezelf pakt, dan zet ik de stoelen buiten." "We zitten op 3200 meter, dus geen alcohol!" roept ze terug. "Mooi wel, ik heb een ergernisje weg te poetsen en dat gaat prima met een biertje!" lacht Hans.
Na een matige nachtrust, we zitten weer op hoogte, loopt Hans fluitend naar buiten. Onze Zwitserse vrienden lopen ook al buiten. "Change of plans!" roept Hans hen vrolijk toe. "Change of plans?" reageert ze verbaasd. "Yes, we are going for the South route." Het is even stil in het Zwitserse kamp. Anja kijkt ook verbaasd. "Wat gaan we doen?" "We gaan de Zuidroute rijden, en dan nog verder, ik wil ook wel naar Laguna del Negro Francisco. Daar gaat bijna niemand heen, dus wij wel!"

Na verloop van tijd vindt iedereen het een goed idee. Het is weer een uitdaging. Niet vanwege het losse zand en het gegeven dat de weg alleen maar voor 4X4 's zou zijn. We gaan weer de hoogte in, en daar moet over na gedacht worden. Waar denken we te gaan slapen? En op welke hoogte? Gelukkig heeft Anja dat al lang uitgezocht. De Mercedes wordt gestart en met een mooi rookpluimpje rijden wij er achteraan. "Anja, je hebt gelijk, ze rijden gewoon gezellig met ons mee en daar ben ik best wel blij mee." "Blij?" vraagt ze. "Ja joh, als wij vast lopen in het mulle zand, hebben we tenminste iemand die ons er uit kan trekken.
En ik vind het 's avonds ook wel gezellig. We leven als het ware in symbiose!"
We moeten langs de Chileense grens. Die ligt aan de weg die we rijden. Even melden dat we nog in Chili blijven en niet naar Argentinie gaan. We worden van het loket doorgestuurd naar de baas die een eigen kantoortje heeft. Geen enkel probleem hoor, rijdt u maar rustig verder.

Dus rijden we weer rustig verder. Op een gegeven moment zien we een wegwijzer die naar Laguna del Negro Francisco wijst. We stoppen en overleggen met het Zwitserse kamp. "Zullen we hier links af slaan? Dan komen we bij die Laguna uit, het is niet zo ver en een mooie plek om te overnachten," stelt Hans voor. Iedereen is het er mee eens en voor het eerst in deze reis doen we iets wat we eigenlijk niet moeten doen. We weten dat het verder is dan dat het lijkt, en uiteraard is de weg veel slechter dan verwacht. Maar dat geeft niets, we zijn wel wat gewend. We weten echter niet hoe hoog het zal zijn op de plek waar we gaan overnachten, daar bij die Laguna. En niemand heeft hoogte ziekte pillen genomen omdat we geen idee hebben hoe ver we vandaag zullen rijden.
"Maakt het natuurlijk wel allemaal wat avontuurlijker en daarom zijn we hier nietwaar?" zegt Hans niet helemaal zeker van zichzelf. Maar al snel zijn we de twijfels vergeten en wordt de Ripio ook na elke kilometer slechter. Toch is het een veel gereden pad, de technische dienst van de koper mijnen rijdt hier overal rond. Soms kijken ze ons verbaasd na: "Waar gaan die gekken nu naartoe?"

Uiteindelijk is de rivierbedding onze weg. Breed en vol slechte stukken. maar dan pak je gewoon het pad er naast. Niet dat dat wat beter is. We hebben perfecte kaarten op de Ipad staan, en nog betere op de PC. Die laatste kunnen we hier niet meer gebruiken, vanwege de hoogte zal die direct kapot draaien. De Ipad heeft geen harde schijf, die kunnen we wel blijven gebruiken. We kunnen ongeveer zien dat we in de goede richting rijden, maar uiteraard niet op het goede pad. "De keuze is reuze," zegt Hans zachtjes. "Wat zeg je?" roept Anja terug. "Ja, de keuze is reuze, paden zat om uit te kiezen. Maar ik denk dat we de Zwitsers kwijt zijn. Die zullen wel gestopt zijn voor een foto en dan wordt de afstand naar ons een stuk groter. Ik weet niet welk pad ze genomen hebben, ik zie ze ook nergens."
"Laten we maar verder rijden, die zien we straks wel weer. Ze hebben ook een Ipad, die komen er wel." "Okey," antwoordt Hans. "Recht voor die berg gaan de paden zich splitsen. De ene helft naar links, de ander helft naar rechts. Nou denk ik dat we rechts voor de berg af moeten slaan. Dan komen we wel weer op een ander pad uit wat de goede kant heen gaat. Waar ik me zorgen over maak is dat ik niet weet of onze vrienden dat ook in de gaten hebben."
Vlak voor de bocht stoppen we en wachten op onze vrienden. Heel in de verte zien we ze rijden. "Anja, als ze zo door gaan rijden ze langs de verkeerde kant van de berg. Dan komen ze zeker niet bij de Laguna terecht. Wat gaan we daar mee doen?" "Laten we het even aan kijken, misschien zien ze ons staan. Anders zullen we er achteraan moeten."

"Oh wacht, ze stoppen, ik denk dat ze ons gezien hebben." Zigzaggend steken ze alle sporen over en uiteindelijk staan ze achter ons. "Alles goed gegaan?" vraagt Hans. "Alles prima in orde hoor," is het antwoord. "Nou laten we dan maar verder rijden, ik denk dat we er bijna zijn."
En inderdaad, een stukje verder zien we de Laguna liggen. Nou ja, waar hij zou moeten liggen. Er raast een sneeuwstorm overheen. "Nou, dat trekt mij niet zo," denkt Hans. "Om nou daar in de sneeuw te gaan staan? Da's geen goed plan An! Zullen we hier blijven staan? Morgen is er weer een dag."

"Mij best, alleen zitten we hier wel heel erg hoog, veel te hoog eigenlijk. We zitten nu op 4177 meter." "Oeps, dat zal slecht slapen worden vannacht. Ik maak me wel zorgen over onze vrienden. Het is een beetje onze schuld dat ze hier nu staan."
Hans loopt naar Zwitserland en vraagt hoe het gaat. "Met ons best hoor. Jammer dat het daar zo sneeuwt." "Denk je er aan dat je straks je verwarming aan zet, het gaat hier koud worden vannacht! Het is trouwens nu al koud, ik ga naar huis onze kachel aansteken." Hans springt in de Doos en gaat aan de gang.
Het valt mee, na een minuut of tien brandt ons wonder. Een beetje gele vlam, dat wel. "Die kachel heeft natuurlijk net als wij een vreselijk zuurstof te kort. We mogen blij zijn dat hij het nog doet. Maar kou lijden, dat gaan we vannacht niet doen."


"Makkelijker zal het hier zeker niet worden, maar gelukkig wordt het wel heel erg mooi Anja!" roept Hans van buiten uit de kou. Moet je hier eens komen kijken joh, de kleuren veranderen konstant. Jammer dat het zo kort duurt, over tien minuten is het al donker."
We blijven tot diep in de nacht lezen, soms doen we een spelletje. Het is zinloos om te gaan slapen, dat lukt nu toch niet. We mogen al blij zijn dat we niet barsten van de hoofdpijn. Uiteindelijk vallen we toch in slaap.
Als Hans wakker wordt is Anja al weer druk in de weer met koffie zetten. Onze Zwitserse vriend loopt in paniek om zijn auto en ziet dat Anja al wakker is. "Is er iets?" vraagt Anja. "Ja, de diesel is bevroren en nu doet de verwarming het niet en de motor loopt niet. Hans moet met jullie auto hulp gaan halen!" roept hij. "Slaap ik eindelijk en nu krijgen we dit weer. Heeft hij wel geprobeerd te starten?" moppert Hans als hij zijn bed uit komt.
Anja schenkt de koffie in en Hans kijkt verbaasd uit het raam. "Wat is er nu aan de hand?" roept Hans naar buiten. "De dieselolie is bevroren, de kachel doet het niet meer en de motor loopt niet!" is het antwoord.
"Diesel bevroren?" denkt Hans. "En onze kachel brandt toch ook op diesel?" "Heb je al geprobeerd je motor te starten?" "Nee, dat hoef ik niet, want die doet het niet," roept hij terug. "Start nou verdomme die motor joh!" roept Hans boos. Onze vriend pakt verongelijkt zijn sleutels en start zijn motor. "Brm brm" en met een grote rookpluim slaat de motor aan. "Zo, dat probleem is ook weer opgelost. Tijd voor de koffie. Onze doos loopt zo hoor, daar twijfel ik niet aan"
Onze vrienden hebben net zo slecht geslapen. Daarnaast heeft zij een forse hoofdpijn. "Misschien moeten we vertrekken," suggereert Anja. "Als zij zo'n hoofdpijn heeft moeten we zorgen dat we omlaag gaan, zien dat we rond de 3000 meter uit komen."

Hans maakt zijn spullen klaar en start de motor.
Mooi niet dus. "Wat is dat nou, deze doos moet nog bij 25 graden onder nul starten en het is net tien onder nul." "Ja, en dat met zo weinig luchtdruk, wat wil je nou?" roept het Duiveltje. Hans start weer en na ruim een minuut doorstarten komt de Doos met een grijs-zwarte rookpluim klapperend tot leven. "De automatische koudstart inrichting doet het niet Anja. Niks wat elektrisch of automatisch moet werken doet het hier. Die oude Mercedes loopt verdomme binnen een paar seconden! Daar moet ik wat op verzinnen anders hebben we over een paar weken in Bolivia grote problemen." "Ach, met een paar draadjes krijg jij dat wel voor elkaar."
Als we weer op pad zijn is alle ellende weer vergeten. We rijden weer door de rivierbedding en voor we het weten zijn we een paar uur verder en 1700 meter lager.
En als je dan op zo'n plek je middagpauze kunt houden, dan weet je toch dat bijna iedereen jaloers is.
Hat landschap verandert weer, de kleuren verdwijnen, maar het wordt weer wat warmer. Wij zitten rond de 3000 meter en we rijden nu over de Zuid Route, die met al dat losse zand waar je een 4X4 voor nodig zou hebben.
Onze Zwitserse vrienden rijden voorop en hebben er echt lol in. Het is ook een mooie route. "En dat zand dan?" "Nou kijk zelf maar, zo diep is het niet hoor. We kunnen zelfs stoppen en weer weg rijden!" glimlacht Hans. "Misschien weten jullie het nog niet, maar onze Doos is een goeie hoor!"

Totdat?
Ja, totdat het fout gaat natuurlijk!
Laten we het een stuurfoutje noemen,of misschien is de geul wel wat dieper dan we denken?
In elk geval schrikken we wel, en even denken we dat we zullen omvallen, maar de linkerkant zakt ook weg en we staan weer bijna recht.
We hebben allerlei bergings spullen bij ons, zelfs een schep. "Als het niet lukt kunnen onze vrienden ons er nog uit trekken," denkt Hans. "Laten we maar wat stenen voor het wiel gooien, dan kijken we of we er zelf uit kunnen rijden."
Op 3000 meter hoogte is stenen sjouwen een zwaar karwei. Bovendien moeten we ze van ver halen.
Even later komt de Mercedes aan rijden. "Hebben jullie hulp nodig?" vraagt hij, "Moet ik jullie er uit trekken?" "Nee hoor, we hebben hem er zelf ingereden, we halen hem er ook weer zelf uit," zucht Hans terwijl hij weer een steen voor het wiel gooit. "Zullen we het maar proberen Anja?" "Ja hoor, doe maar. Dan maak ik wel foto's als herinnering," lacht ze.
"Oh ja, wat had ik ook alweer gezegd? Juist, onze Doos is een goeie! Instappen, in de eerste versnelling, beetje gas en hopla, we rijden zo weer verder. Zo hoort het ook!"
"Zullen we terug rijden naar waar we gisteren geslapen hebben? Dan kunnen we eerst nog water pompen uit dat beekje waar we dan langs komen. Ik heb weer een hele berg was................................."
Tegen vieren stoppen we bij het beekje. We spuiten het stof van de Doos en vullen de tanks. Fris en fruitig komen we op onze oude plek aan.
Waar we nu zitten hebben we, uiteraard, een slechte internet verbinding. Als we onze pagina's te groot maken kunnen we ze niet uploaden naar het internet. Of we moeten veel foto's niet plaatsen. Dat vinden we jammer, want zonder foto's hebben we geen verhaal te vertellen. Dat is de reden dat we deze update in vier delen maken. Met kleine stapjes komen we er ook. Dus nu, voor de laatste keer: Klik op "volgende" rechts onder in de hoek dan kun je de rest van onze reis meegenieten.